Woordenlijst
A
- Accessoire klieren
-
Klieren die verantwoordelijk zijn voor de zaadproductie. Daartoe behoren de zaadblaasjes, de prostaatklier en de bulbo-urethrale klieren. Zij produceren secreten die belangrijk zijn voor de productie, de overleving en de instandhouding van sperma.
- Anastomose
-
Verbinding tussen vertakte orgaanstelsels (meervoud = anastomosen).
- Antihistamine
-
Middel dat de werking van histamine blokkeert.
- Arteriole
-
Klein bloedvat.
- Arterie
-
Bloedvat dat bloed afvoert van het hart. Wordt ook slagader genoemd.
- Arteriosclerose
-
Afzetting van vetten en plaquevorming in de slagaders, wat leidt tot verharding en vernauwing van het slagaderlijke lumen (wijdte van de slagaderopening).
- Autonome zenuw
-
Zenuw met een onwillekeurige neurale functie, zoals de vaatverwijding.
- Arteria cavernosa
-
Bloedvat dat de corpora cavernosa in de penis van bloed voorziet.
- Ader
-
Bloedvat dat bloed naar het hart toevoert.
B
- Benigne prostaathypertrofie
-
Goedaardige vergroting van de prostaatklier die de urinebuis kan blokkeren. Dit komt vaak voor bij oudere mannen.
- Bètablokker
-
Middel dat de symptomen van hoge bloeddruk, sommige hartaandoeningen, migraine en andere aandoeningen van het sympathische zenuwstelsel mildert.
- Bronchodilatator
-
Middel dat de luchtwegen in de longen doet verwijden.
- Bulbus penis
-
Aanzwelling aan de basis van het corpus spongiosum, één van de zwellichamen.
- Bulbo-urethrale klieren
-
Ook wel klieren van Cowper genoemd: deze kliertjes scheiden een secreet af dat de levensvatbaarheid van de spermacellen in het sperma verhoogt.
C
- cGMP
-
Afkorting van cyclisch guanosinemonofosfaat. Een stof die de ontspanning van de vasculaire gladde spieren bevordert.
- Congenitaal
-
Refereert aan een aandoening die ofwel erfelijk is, of het gevolg is van een invloed tijdens de zwangerschap.
- Corporele veno-occlusieve functie
-
Mechanisme waarbij de veneuze plexus en de grote aders die het bloed uit de penis afvoeren worden samengedrukt.
- Corpus cavernosum
-
Erectiele weefselmassa in de penis (meervoud = corpora cavernosa).
- Corpus spongiosum
-
Midventraal gelegen, erectiele weefselmassa rond het deel van de urinebuis dat in de penis ligt.
- Creatinine
-
Een stof die in bloed, de urine en de skeletspieren voorkomt.
- Crura penis
-
De crura (enkelvoud = crus) zijn de taps toelopende delen van het mannelijk lid. Zij ontspringen aan weerszijden op het schaam-en zitbeen.
D
- Diabetes mellitus
-
Aandoening die veroorzaakt wordt door insulinedeficiëntie of door een verminderde respons van het weefsel op insuline.
- Ductus ejaculatorius
-
Kanaaltjes die sperma in de urinebuis afgeven vlak voor de zaadlozing (ejaculatie).
E
- Erectiel weefsel
-
Type weefsel dat ervoor zorgt dat de penis stijf wordt doordat het met bloed gevuld wordt.
- Erectiele dysfunctie
-
Medische term voor een erectiestoornis, afgekort als ED. In de volksmond spreekt men ook van "impotentie". Er is sprake van erectiele dysfunctie wanneer de penis niet stijf genoeg wordt (geen volgende erectie verkrijgt) om geslachtsgemeenschap te hebben. De oorzaak is dat er niet voldoende bloed in de penis kan stromen of dat het bloed niet lang genoeg in de penis aanwezig kan blijven om een erectie te veroorzaken.
- Erectie
-
Toestand van de penis waarin deze groter wordt en het erectiel weefsel zich vult met bloed.
- Erectieproblemen
-
Algemene term die betrekking heeft op alle problemen die een man kan hebben met het krijgen, in stand houden of verliezen van een erectie.
G
- Glans penis
-
Het distale uiteinde van de penis, waar het vergrote corpus spongiosum verbreedt en een eikelvorm aanneemt (glans is het Latijnse woord voor eikel).
- Glaucoom
-
Oogaandoening die gekenmerkt wordt door een verhoogde intraoculaire druk.
- Gonaden
-
Organen die verantwoordelijk zijn voor de productie van voortplantingscellen, geslachtsklier.
- Goedaardige prostaathypertrofie
-
Een niet-kwaadaardige vergroting van de prostaat die de urineleider kan vernauwen. Dit soort vergroting komt vaak voor bij mannen op hogere leeftijd.
H
- Hormoon
-
Een chemische overdrachtstof die door endocriene weefsels wordt afgegeven.
- Hyperlipidemie
-
Abnormaal hoge vetgehaltes in het bloed.
- Hypertensie
-
Hoge bloeddruk.
- Hypogonadisme
-
Aandoening die ontstaat wanneer de geslachtsklieren niet goed functioneren.
I
- Impotentie
-
Term die in de volksmond wordt gebruikt voor erectiele dysfunctie, nl. het voortdurende onvermogen om een erectie te krijgen en te behouden die voldoende is voor geslachtsgemeenschap.
K
- Klieren van Cowper
-
Ook wel bulbo-urethrale klieren genoemd. Deze kliertjes scheiden een secreet af dat de levensvatbaarheid van de spermacellen in het sperma bevordert.
L
- Libido
-
Seksuele drift.
- Lipidenprofiel
-
Analyse van de lipiden (vetten) in het bloed.
M
- Multiple sclerose
-
Of gewoonweg MS, is een aandoening van het centrale zenuwstelsel waarbij zenuwcellen worden aangetast.
N
- Nepgeneesmiddel
-
Geneesmiddel dat bewust van een verkeerd etiket is voorzien zodat de identiteit en/of de herkomst niet meer traceerbaar is. Namaak kan betrekking hebben op zowel merkgeneesmiddelen als generische geneesmiddelen. Nepgeneesmiddelen kunnen de juiste of de verkeerde bestanddelen, helemaal geen werkzame bestanddelen of onvoldoende werkzame bestanddelen bevatten of in een nagemaakte verpakking geleverd worden.
- Neuro-endocrien
-
Wat betrekking heeft op de relatie tussen het zenuwstelsel en het endocriene systeem.
- Neurogeen
-
Ontstaan in het zenuwstelsel.
- Neurotransmitter
-
Chemische boodschapper die door zenuwcellen wordt gebruikt om zenuwprikkels over te brengen van de ene zenuwcel naar de andere.
- Neurovasculair
-
Wat betrekking heeft op bloedvaten die het zenuwstelsel van bloed voorzien.
O
- Onwillekeurige spier
-
Type spier (bijvoorbeeld gladde spier) die gecontroleerd wordt door het onwillekeurige zenuwstelsel. Ook viscerale spier genoemd.
- Olfactorisch
-
Wat betrekking heeft op de reukzin.
P
- Parasympathisch zenuwstelsel
-
Behoort tot een van de twee onderdelen van het autonome (onwillekeurige) zenuwstelsel.
- Perineaal
-
Wat betrekking heeft op het gebied tussen de anus en het scrotum bij mannen.
- Perifere neuropathie
-
Aandoening die perifere zenuwen aantast.
- Preputium
-
Voorhuid, een huidplooi die vooruit kan schuiven en dan de glans penis (eikel) bedekt. De voorhuid wordt soms chirurgisch verwijderd bij de zogenaamde besnijdenis.
- Priapisme
-
Aanhoudende, abnormale en pijnlijke erectie van de penis.
- Prostaglandine
-
Stof van plantaardige oorsprong die vele verschillende effecten op het lichaam heeft.
- Prostaatklier
-
Accessoire geslachtsklier die onder de urineblaas en rond de urineleider ligt en verantwoordelijk is voor de afscheiding van een melkachtige vloeistof die belangrijk is voor de productie en de levensvatbaarheid van sperma.
- Prothese
-
Kunstmatig hulpmiddel dat een ontbrekend lichaamsdeel vervangt.
- Psychogeen
-
Wat betrekking heeft op een proces dat door psychologische factoren wordt veroorzaakt.
S
- Schacht (van de penis)
-
Het belangrijkste deel van de penis. Dit deel bevat de erectiele weefsels die bij seksuele opwinding gevuld worden met bloed.
- Slap
-
Heeft betrekking op de ontspannen, slappe toestand van de penis.
- Stikstofmonoxide (NO)
-
Stof die de ontspanning van de vasculaire gladde spieren regelt.
- Scrotum
-
Dunwandige zak die de testes (teelballen) bedekt, ondersteunt en beschermt.
- Sinusoïdaal weefsel
-
Weefsel van de penis dat zich tijdens het erectieproces met bloed vult.
T
- Testis
-
Mannelijk geslachtsorgaan dat zorgt voor de productie van geslachtscellen (sperma) en testosteron, het belangrijkste mannelijke geslachtshormoon (meervoud = testes). Ook teelbal of testikel genoemd.
- Testosteron
-
Primaire mannelijke geslachtshormoon. Het wordt geproduceerd door de testes en heeft als belangrijkste functie de ontwikkeling, groei en rijping van de mannelijke geslachtsorganen tot stand te brengen.
U
- Ureter
-
Kanaal dat van de urineblaas naar buiten leidt. Het transporteert urine en sperma. Daarom maakt de ureter of urineleider deel uit van zowel het voortplantingssysteem als het urinewegstelsel.
V
- Viscerale spier
-
Soort inwendige spier (bv. een gladde spier) die gecontroleerd wordt door het onwillekeurige (of autonome) zenuwstelsel.
- Vasodilatator
-
Of vaatverwijdend middel. Doet de bloedvaten uitzetten.
W
- Wortel (van de penis)
-
Deel van de penis dat aan het lichaam vastzit. Bestaat uit de bulbus en de crura van de penis.
Z
- Zwellichamen
-
Erectiel weefsel van de penis; ook bekend als de corpora cavernosa en het corpus spongiosum.
- Ziekte van Peyronie
-
Aandoening met onbekende oorzaak, waarbij het erectiele weefsel van de penis structureel misvormd is.
- Zaadblaasjes
-
Kleine, buidelvormige accessoire klieren, die achter de urineblaas en voor het rectum liggen. Hun secreten vormt 60% van het totale spermavolume.


